Veel gestelde vragen over mijnen ruimen met honden

 

Waarom honden als er toch mechanische manieren zijn?

 

Voor mijnenruimen bestaat er geen eenduidige technische oplossing die in alle omstandigheden toepasbaar is. Machines kunnen onder bepaalde omstandigheden veel hulp bieden, maar moeilijk begaanbaar terrein beperkt het gebruik ervan of maakt dat onmogelijk. Bovendien moet er na inzet van machines nog handmatig, al dan niet met behulp van honden, geruimd worden om het gebied veilig voor mensen te mogen verklaren. Hierbij kunnen mensen volledig aan het gevaar worden blootgesteld, of ze kunnen daarbij geholpen worden door zeer goed getrainde honden met een bewezen reukvermogen om explosieven op te sporen. (het reukorgaan van honden is minstens 1000 keer zo goed ontwikkeld als dat van een mens). Daarnaast zijn honden veel handiger op moeilijk begaanbaar terrein. Rapporten van de Verenigde Naties uit Afganistan bewijzen dat mineurs die met honden werken een gebied drie maal zo snel mijnenvrij maken als mijnenruimers die zonder honden werken. De RONCO/Global honden worden in een veldtest van het leger bij Fort A.P. Hill in Virginia, waarbij zo’n dertig verschillende manieren van mijnenruimen getest werden, beschreven als: “Honden staan bovenaan de lijst voor wat betreft het vinden van mijnen en ontstekingsdraden. Zij ontdekten elke ontstekingsdraad en vonden meer mijnen dan elk ander systeem”. Bovendien zijn honden vergeleken met machines en explosieven zoals de zogenaamde ‘Mine Clearance Line Charges’ veel milieuvriendelijker. Dat kan een heel belangrijke factor zijn als mijnen geruimd worden om landbouwgrond te winnen. Als honden in de VS ingezet worden om explosieven te localiseren kan hun inzet een belangrijke factor zijn om aan de regels van de Amerikaanse Milieu Organisatie (EPA) en andere instanties te voldoen.


Hond met begeleider

Zijn honden goedkoper of duurder dan machines?

 

De kosten van alleen al de aanschaf van een machine om mijnen te ruimen bedragen honderdduizenden dollars. De kosten van een dergelijke kapitaalintensieve manier van grondig mijnenruimen zijn voor met mijnen geïnfecteerde landen zo hoog dat zij zich vaak niet kunnen veroorloven om dergelijke machines aan te schaffen, in te zetten en te onderhouden.

Een volledig getrainde speurhond kost ongeveer 12.000 dollar, inclusief transport naar het gebied, voedsel, onderdak en verpleging en verzorging. Eenmaal ter plekke bedragen de kosten voor een hond ongeveer 200 dollar per maand, uitgaand van een gemiddelde inzet gedurende zes jaar. Zo voegt de inzet van honden om mijnen op te sporen een zeer efficiënte en effectieve technologie toe aan het opsporen van mijnen. Daarom vormt de inzet van honden met locale begeleiders en locale mijnenruimers met goed toegesneden ondersteuningsmateriaal vaak de beste combinatie voor een optimale “technologie” om mijnen te ruimen. Als financiering door het buitenland afgelopen is zijn de investerings- en onderhoudskosten goed te dragen. Het is waar dat detectoren normaal gesproken minder kosten dan honden, maar door het hoge plasticgehalte van veel moderne mijnen is het heel lastig om ze met een detector te localiseren. Bovendien gaat mijnenruimen met een detector langzamer dan met honden. Honden kunnen in 90 procent van het gebied waarin mensen werken opereren, terwijl allerlei vormen van detectieapparatuur maar in een fractie van dat gebied ingezet kunnen worden door beperkingen van hun ontwerp en materiaal.

 

 

Hoe vinden honden mijnen en draden van explosieven?

 

Elk dier wordt getraind op het vinden van de specifieke geur van explosieven zoals TNT, of de geur van draad, al dan niet van metaal, dat gebruikt wordt om booby traps en mijnen tot ontploffing te brengen. (Draden geven ook akoestische  signalen af die door honden ontdekt kunnen worden). Ze slaan geen acht op andere geuren en worden iedere keer als ze reageren op de geur waarvoor ze getraind worden, beloond.  De begintraining duurt 8 tot 10 weken. Daarna volgt er een gevorderde training of een training om te wennen aan het klimaat in het land waar ze ingezet worden. Nadat een RONCO/Global hond zijn eerste certificaat heeft gekregen en in een mijnenveld heeft gewerkt, krijgt hij regelmatig opfriscursussen. Als hij langere tijd geen mijnen heeft gevonden kan de begeleider een explosief verstoppen om het dier scherp te houden. Dat kan steeds weer gedaan worden, zolang als de hond ingezet wordt om mijnen te vinden.

 

Kan een getrainde mijnenopsporingshond met elke mijnenruimer werken?

 

Als een volledig getrainde mijnenopsporingshond ingezet wordt moet hij in het begin werken met de begeleider aan wie hij gehecht raakte  gedurende de training. Dan kan er later wel een verandering van begeleider plaatsvinden, maar pas nadat de hond zijn kwaliteiten heeft bewezen. Als er van begeleider wordt gewisseld is er een gevorderdentraining van ten minste twee weken nodig om tussen de nieuwe begeleider en hond een nieuwe band op te bouwen.

 

 

Hoe overwin je taalbarrières als de hond eerst  in Europa wordt gekocht waar hij zijn gehoorzaamheidstraining in het Nederlands krijgt, dan naar de VS gaat voor training in het opsporen van mijnen en dan ingezet wordt in een derde land waar de lokale begeleiders hun nationale taal spreken?

 

Mechelse en Duitse herders die door RONCO/Global ingezet worden, krijgen alleen commando’s in de Nederlandse taal. De begeleiders leren om Nederlandse commando’s te gebruiken, of dat nu in de Verenigde Staten is of ergens anders op de wereld. Dit zorgt niet alleen voor een maximale operationele efficientie omdat onnodige training van de hond vermeden wordt, maar het vergroot ook de mogelijkheid van inzet in verschillende landen, aangezien alle begeleiders dezelfde Nederlandse commando’s gebruiken. De hond prijzen of  aanmoedigen kan in alle talen, omdat in die gevallen de hond zal reageren op de intonatie van de stem van de begeleider, en niet zozeer op de specifieke taal die hij gebruikt.

 

 

t

Honden kunnen werken waar mijndetectoren nutteloos zijn.

 

 

Zijn honden effectiever en efficiënter dan metaal detectoren of magnetometers?

Honden kunnen getraind worden op het detecteren van elke explosieve inhoud en elk verpakkingsmateriaal. Zo vormen honden een belangrijke aanvullende veiligheidsfactor omdat zij de geur van niet-metalen of in plastic verpakte mijnen kunnen ontdekken. Ook kunnen zij mijnen vinden in of op stalen bruggen en treinrails, waar metaaldetectoren onbruikbaar zijn. Bovendien worden honden niet gehinderd door  ijzerhoudende lateriet grond, waarop detectoren voortdurend aanslaan. Professionele mijnenruimers zeggen vaak dat honden veel sneller werken dan mensen of machines, en tegen veel lagere kosten. Een evaluatie door de “Special Forces” van het RONCO programma in Rwanda (1998) leverde op dat “een goede hond en begeleider in een dag werken wel vier keer zo veel terrein mijnenvrij kan maken als een mijnenruimersteam [zonder honden] dat werkt volgens de standaard procedures”. Mijnenspeurhonden hebben steeds weer bewezen dat ze mijnen met een minimale hoeveelheid metaal vaker ontdekken dan elke andere manier van lokaliseren die gebruikt of getest werd in acties van RONCO/Global.

 

Als mijnenspeurhonden elke keer als ze reageren op de geur van explosieven beloond worden, “liegen” ze dan soms niet tegen hun begeleiders om een beloning te krijgen?

Hiervoor is de hechtingsfase belangrijk. De eerste begeleider leert te herkennen of de reactie van een specifieke hond geloofwaardig is omdat hij de karakteristieke gedragingen van dat dier kent. Voortdurende training neemt de kans op “vals alarm”weg.

 

 

Kunnen mijnenspeurhonden ontstekingsdraden, niet-ontplofte granaten (UXO) en mijnen vinden?

In Mozambique hebben mijnenspeurhonden duizenden niet-ontplofte granaten gevonden; ze vinden ontstekingsdraden met gemak. Maar afhankelijk van de conditie van de bodem zijn er grenzen waarbuiten de effectiviteit kan afnemen. Er kunnen bijvoorbeeld nadelige omstandigheden zijn in de bodemgesteldheid, zoals zoutplaten of moerassen, waar honden niet of nauwelijks kunnen opereren. In het algemeen zijn de honden het best inzetbaar voor het vinden van explosieven tot tien centimeter onder de oppervlakte, en vaak ook dieper afhankelijk van bepaalde omstandigheden (zie hieronder). Ter vergelijking: net als detectoren kunnen honden moeilijk mijnen vinden als ze 30 centimeter diep in zware kleigrond liggen. In alle gevallen controleert een tweede hond altijd het werk van de eerste hond die in het mijnenveld werkte. Mijnen moeten niet dieper dan dertig centimeter onder de oppervlakte liggen willen ze effectief blijven. Door erosie of andere oorzaken, veroorzaakt door mensenhand of de natuur, veranderen ze soms van plaats, hetgeen lokalisering en verwijdering bemoeilijkt; toch zijn er antipersoneelsmijnen en antitankmijnen gevonden op dieptes waar ze eigenlijk onschadelijk zijn. De grenzen van mijnenspeurhonden moeten nog bepaald worden. Maar er zijn geen gevallen gemeld van mijnen of boobytraps die gevonden werden nadat RONCO/Global het gebied had geruimd.

 

Wat is de verhouding van mijnen versus niet-ontplofte granaten (UXO) die door mijnenspeurhonden worden gevonden?

Honden zijn net zo goed in het vinden van mijnen als in het opsporen van niet-ontploft oorlogstuig. Gedurende een werkperiode in Bosnie, bijvoorbeeld, vonden RONCO/Global honden die met mijnenruimteams werkten 1625 mijnen en 1523 onontplofte granaten en maakten daarbij een gebied schoon van ongeveer 800.000 vierkante meter. Deze aantallen zijn een functie van wat er aan explosieven lag en zeggen niets over de vaardigheid van de hond om het ene type explosief gemakkelijker te vinden dan het andere. Nogmaals, de honden worden afgericht op de geur van specifieke explosieven en/of de geur van het materiaal waarin ze zitten. Ze maken geen onderscheid tussen mijnen en niet-ontplofte granaten.

 

Hoe worden de honden geselecteerd en hoe lang kunnen ze gemiddeld ingezet worden?

Ze beginnen aan het trainingsprogramma pas als ze 18 maanden oud zijn, na een basistraining in gehoorzaamheid en socialisatie met mensen. Na een grondige training worden honden die niet voldoen aan de maatstaven die vastgesteld zijn na tien jaar ervaring, uit het programma verwijderd. We gebruiken zowel reuen als gesteriliseerde teven, en ze kunnen gemiddeld zes jaar ingezet worden. Na hun “pensioen” worden mijnenspeurhonden huisdieren – ze worden niet afgemaakt.

 

Hoe worden de honden afgericht?

De geur van explosieven en/of het verpakkingsmateriaal ervan wordt op paden of in beboste gebieden geplaatst; eerst zichtbaar en dan verstopt of begraven. De dieren worden getraind op de specifieke mijnen die ze later moeten kunnen ontdekken, of op iets dat er erg veel op lijkt. Net als het militaire adagium dat soldaten getraind worden terwijl ze vechten, worden honden getraind terwijl ze in echte mijnenvelden werken .Voor de training worden mijnen zonder ontstekingsmechanisme en zonder echte explosieven gebruikt.

 

Welke factoren bevorderen of belemmeren de mogelijkheid  voor een hond om mijnen en niet-ontplofte granaten (UXO) te lokaliseren?

Verschillende factoren worden door de begeleiders nauwkeurig in de gaten gehouden: de windkracht en de windrichting; de tijd die verstreken is na een regenbui; de intensiteit, de duur van, en de hoeveelheid neerslag; de mate waarin de grond verzadigd is met regenwater; de aanwezigheid of afwezigheid van explosieven die door het regenwater van plaats veranderd zijn; en roet, as, en/of houtskool tengevolge van een brand die net heeft plaatsgevonden.

 

 

Zijn er culturele beperkingen aan de inzet van honden in landen die met mijnenvelden zitten?

Gedurende een periode van 10 jaar heeft RONCO met succes mijnenruimprogramma´s uitgevoerd in Afganistan,Mozambique, Angola, Ruanda, Bosnië en Kroatië. Overal waren we in staat om lokale mijnenruimers en hondenbegeleiders met succes te instrueren en in te zetten. De problemen met instructie waren in elk land verschillend, maar door onze adaptieve benadering hadden we steeds succes.

 

 

Kun je de moeilijkheidsgraad van het ontmijnen van een specifiek gebied vaststellen vanuit een locatie die er ver van verwijderd is?

In theorie ja, in de praktijk nauwelijks.Goede kaarten van de locatie van mijnen zijn slechts zelden beschikbaar, en kunnen nooit echt vertrouwd worden. Als ze er al zijn moeten ze aangevuld worden door zeer ervaren mineurs met een volledige kennis van de specifieke mijnen in dat specifieke gebied. Bovendien moeten deze mineurs volledig vertrouwd zijn met seizoensinvloeden en vegetatieve patronen, met de eigenschappen van het terrein en de bodem, met het klimaat en andere factoren die van invloed zijn op de mogelijkheid van inzet van mensen, machines en dieren. Verder bestaat er geen specifieke verzameling van informatie en geen combinatie van gegevens of technologie ter voorbereiding van een ontmijningsplan dat met succes uitgevoerd kan worden volgens algemeen geldende veiligheidsprotocollen. Een en hetzelfde terrein kan bijvoorbeeld per seizoen in een jaar heel verschillende vormen aannemen. Dat kan ertoe leiden dat verschillende mijnenruimers die in verschillende seizoenen naar hetzelfde gebied worden gestuurd om te adviseren over hetzelfde probleem, met totaal verschillende aanbevelingen komen. Van meer dan 10 jaar ervaring heeft RONCO geleerd wat de beste periodes zijn om mijnen te ruimen voor elk seizoen en voor verschillende soorten terrein. Deze ervaring wordt toegepast in nauwgezette standaard werkprocedures. Normaal gesproken wordt het gebrek aan gegevens goed gemaakt door de leidinggevende persoon, die met de lokale bevolking spreekt en een die “leest” waar vroeger de strijdende partijen op elkaar stuitten en waar dus mogelijkerwijs mijnen liggen. In het ontwerpen van werkbare plannen wordt altijd een gedetailleerde terreinverkenning opgenomen.